Français - Deutsch
 

Mijn bloedgroep

Bloedgroepen

De bloedgroepen van de donoren moeten verenigbaar zijn met deze van de ontvanger, vooral bij de transfusie van rode bloedcellen.

ABO syteem

In 1900 ontdekte Dokter Karl Landsteiner de bloedgroep ABO. Hij stelde vast dat sommige rode bloedcellen klonterden wanneer ze in contact kwamen met het serum van andere personen. Op deze basis onderscheidde hij drie bloedtypen. Gedurende de 6 eerste levensmaanden, produceert het organisme antistoffen tegen het antigeen van andere bloedgroepen. Bij het bepalen van de bloedgroep, verbinden de antistoffen zich met de rode bloedcellen van andere bloedgroepen en klonteren. De bloedgroep geeft aan welke antigenen zich op de rode bloedcellen bevinden.

Er bestaan 4 bloedgroepen: A, B, AB en O

Antigeen Rh(D)

Ongeveer 85% van de Europese bevolking bezit dit antigeen D en worden resuspositief genoemd. De overige 15% worden resusnegatief genoemd. Bij een bloedtransfusie moet men, in de mate van het mogelijke, vermijden dat het bloed van een donor met resuspositief aan een persoon met resusnegatief wordt gegeven. Wanneer een resusnegatief persoon resuspositieve bloedcellen toegediend krijgt gaat het organisme antistoffen tegen de resuspositieve bloedlichaampjes aanmaken. Dit kan een gevaarlijke reactie veroorzaken.


meer infos

Bloedinzamelingen in jouw buurt
Selecteer je woonplaats om de volgende bloedinzameling te kennen